hani
\

Nooit helemaal geworteld

Interview Alphabets of Flesh

Hani Rahsepar is oprichter van Diaspora Radio, een radioshow over de diasporagemeenschap uit Zuid- en West-Azië en Noord-Afrika. Hij werd geboren in Iran en woont sinds zijn vierde in Nederland. 

Hani: “Mijn moeder zei altijd: ‘In de maatschappij sta jij drie nul achter, dus wanneer jouw vrienden op school een zeven halen, moet jij een tien halen’. In mijn puberteit werd die extreme prestatiedrang minder, omdat ik merkte dat het toch weinig verschil maakte voor het label dat ik kreeg opgeplakt. Waarom zou ik beter mijn best doen om te laten zien dat ik erbij hoorde of zelfs beter was, terwijl zij mij met minachting bleven behandelen?

Ik voel mij niet Nederlands, omdat witte Nederlanders mij regelmatig duidelijk hebben gemaakt dat ik dat niet ben. Maar wanneer is iets ‘Nederlands’ in een multiculturele samenleving? Zelfs de tulpen en molens, waarvan ik vroeger dacht dat ze typisch Nederlands waren, komen oorspronkelijk niet uit Nederland. Mensen zijn vaak op zoek naar strakke labels, maar ik beschouw mijn etnische identiteit als fluïde.“

Thuis

“Mijn ouders en ik kwamen naar Nederland toen ik vier was. Onlangs realiseerde ik me dat we dertig jaar in Nederland wonen. Ik kreeg toen flashbacks naar de reis naar Nederland, het asielzoekerscentrum, de eenzaamheid van het leven zonder familie, onze eerste woning in Sassenheim en de onzekerheid van pas na acht jaar horen dat we in Nederland mochten blijven.

Ik weet niet of ik me in Nederland ooit echt thuis heb gevoeld. Ook in Amsterdam – eigenlijk een heel diverse stad – loop ik vaak tegen systemen en situaties aan die me laten merken dat ik er niet bij hoor. Of dit nu privé is, op werk of binnen de communities waarin ik mij bevind. Mijn beeld van thuis is in elk geval dat je je er comfortabel voelt, dat je aanwezigheid wordt erkend en dat er ruimte is voor iedereen om te groeien en experimenteren en fijn met elkaar samen te leven.”

Geur

“De geur van hete zon op stoffige aarde waar net iemand water overheen heeft gegooid, is voor mij de geur van Iran. Ik stond een keer in Iran op de hoek van een straat waar iemand met een waterslang planten water aan het geven was. Toen een beetje water op een hoopje zand kwam, wist ik: dit is die geur! Het riep onmiddellijk een bepaald verlangen op.

De eerste keer dat we teruggingen naar Iran, was op mijn veertiende. Toen we uit het vliegtuig stapten, sloeg de warmte keihard in mijn gezicht. Dat voelde goed. Er speelde een beeld door mijn hoofd dat ik weleens op tv had gezien, namelijk van mensen die hun geboorteland bezoeken en de grond kussen, omdat ze terug zijn op de plek waar ze geworteld zijn. Ik heb de grond niet gekust, maar op de één of andere manier voelde het wel zo. Ik wist: dit hoort bij mij. Het was bizar om allemaal mensen te zien die op me lijken en constant de taal te horen die ik normaal alleen uit de mond van mijn ouders hoor. Beide keren dat ik terug naar Iran ben gegaan, ervoer ik in eerste instantie heel veel rust in mijn lichaam. Na een tijdje verdween dat gevoel, omdat je weet in wat voor politieke, sociale en economische situatie je familie en andere mensen daar zitten.

Het grappige is dat ik het gevoel van thuiskomen ook in Nederland heb. Als ik terugkom van vakantie en mensen weer Nederlands hoor praten en het koude weer en de regen voel, dan denk ik: hier hoor ik ook. Eigenlijk is mijn thuisgevoel dus constant in beweging.”

Wortelen

“Enerzijds ben ik voortdurend bezig om ergens te wortelen, maar anderzijds wil ik het ook niet omdat ik weet hoe het voelt om ontworteld te raken. Ook al was ik heel klein toen we Iran verlieten, het heeft een enorme impact gehad. Misschien dat ik daarom uit een soort verdedigingsmechanisme nooit helemaal durf te wortelen.

Ik heb heel erg geleerd mij aan te passen aan mijn omgeving. Of ik nu bij de jongens op de hoek van de straat sta of met allemaal witte, elitaire mensen ben, ik kan al die rollen aannemen. Daardoor vraag ik me wel eens af: wie ben ik nou echt? Dat gevecht is er constant.”