\
Altijd op zoek
Interview Alphabets of Flesh
Behnaz Cheraghzadeh is geboren in Iran en woont nu in Almere. Ze werkt als hoofd marketing bij streetwear merk Patta.
Behnaz: “Ik ben onlangs voor het eerst twee weken in Iran geweest. Daar realiseerde ik me pas hoeveel effect ons vertrek op mijn familie daar heeft gehad. Alleen een broer en zus van mijn moeder zijn achtergebleven in Iran, terwijl wij naar Nederland zijn gevlucht en andere familieleden naar Duitsland en Canada. Wij zijn vooral bezig geweest met wat wij misten en tekortkwamen, maar het heeft ook veel gedaan met de familie daar.
Als ik foto’s zag van familie in Iran, was het moeilijk te onderscheiden wie wie was en wat het bijhorende verhaal was bij die persoon, terwijl zij ons vanaf een afstand op de voet hebben gevolgd en hebben zien opgroeien. Ze zagen foto’s van hoe wij elkaar opzochten, terwijl zij bijna niemand meer hadden. Onze afwezigheid heeft een grote rol gespeeld in hun leven. Ik denk dat veel mensen in de diaspora daar niet bij stilstaan doordat ze zo bezig zijn met wat ze zelf missen.”
Grootouders
“Als kind vond ik het vreselijk dat ik op na het weekend in de kring niet kon meepraten over “de weekends bij oma en opa”, want zij waren in Iran. Toen zij overleden was dat heel heftig voor mijn moeder. Ik voelde me schuldig dat het mij niet zo’n pijn deed, maar het was eigenlijk logisch omdat ze geen onderdeel van mijn dagelijkse leven waren.
Toen ik naar Iran ging, wilde ik per se naar het graf van mijn grootouders. Daar heb ik samen met mijn Iraanse familie mooie herinneringen aan hen opgehaald. Het was wel verdrietig om te horen dat zij het mantelzorgen en begraven alleen hebben moeten doen, omdat wij er allemaal niet waren. Ik voelde de behoefte iets van het graf mee te brengen voor mijn neven en nichten in de diaspora. Daarom heb ik kleine potjes gevuld met zand en blaadjes van de olijfboom die mijn tante op het graf had geplant.”
Identiteit
“Ik ben altijd op zoek geweest naar mijn identiteit. Hoewel ik een Nederlands paspoort heb, heb ik me nooit Nederlander gevoeld. Ik ben inmiddels in zestig landen geweest. Toen ik naar Iran ging, hoopte ik dat ik me daar eindelijk thuis zou voelen. Op bepaalde momenten lukte dat ook, bijvoorbeeld toen ik in Istanbul overstapte en opeens in een vliegtuig zat met allemaal mensen die dezelfde taal spraken als ik.
In Iran was ik constant aan het zoeken naar herkenning. Op de bazaar vroeg ik me af of mijn ouders daar gelopen zouden hebben met mij als baby. Bij een ziekenhuis dacht ik: zou ik daar geboren zijn? Op een onverwacht moment, toen we iets te drinken gingen halen, zei een van mijn nichten plots: ‘Hier om de hoek is jullie oude woning, waar iedereen afscheid van jullie heeft genomen.’ Toen ik de woning zag waar ik ooit voor het laatst de deur uit was gelopen om voorgoed weg te gaan, brak ik. Ik heb heel hard gehuild.”
Uiterlijk
“Ik voel me als Nederlander én als Iraniër niet geaccepteerd. Ik zie er niet Nederlands uit, maar voor veel mensen ook niet Iraans, omdat ik zo donker ben. Ik dacht altijd dat ik lelijk was – volgens mij typisch voor kinderen in diaspora – maar als ik nu foto’s terugkijk, zie ik een heel mooi kind, dat simpelweg niet voldeed aan de Westerse schoonheidsidealen.
Mijn grootste interne strijd is dat ik me altijd heb verzet tegen in Nederland zijn. Sinds een paar jaar heb ik pas geaccepteerd dat ik een Nederlandse Iraniër ben, dus dat ik überhaupt ‘Nederland’ meeneem daarin. Ik probeer mijn eigen Nederlandse identiteit in subculturen te vinden, maar het is wel lastig om trots te zijn op een land waarvan je het gevoel hebt dat je er niet gewenst bent. Als mijn moeder en zus met haar gezin hier niet zouden wonen, zou ik niet in Nederland blijven. Ik hou niet van de cultuur, de systemen, het gebrek aan community en het individualisme.
Al mijn favoriete steden, zoals Mexico City, Santiago en Teheran, liggen in valleien. Het feit dat ze omringd zijn door bergen doet iets met mij. Als ik ooit met pensioen ga, wil ik in de Iraanse bergen gaan wonen. Maar ik realiseer me ook dat het een uitdaging zal worden, omdat ik zoveel vrijheid en westerse beschaving gewend ben.”